Een kleurenschema voor de TOP10NL

Als je een geografisch bestand voor het eerst in QGIS opent, worden willekeurige kleuren toegekend aan de punten, lijnen en vlakken om een eerste indruk te kunnen krijgen. Maar QGIS biedt natuurlijk uitgebreide functionaliteit om zelf een kleurenschema samen te stellen en te beheren. Dit artikel beschrijft het opstellen van zo’n kleurenschema voor de TOP10NL, met het volgende effect:

Figuur 1. Kleurenschema toevoegen

Vanaf het moment dat ik als zevenjarig jongetje de speciale TDN uitgave van de topografische kaart Walcheren 1:25.000 kreeg, ging het fout (en het is nooit meer goedgekomen…). Mijn voorliefde voor grafische vormgeving kreeg een duidelijke cartografische dimensie! Dus toen het Kadaster in 2012 eindelijk de TOP10NL kosteloos aanbood, kon ik mijn geluk niet op. De beroemde topografische kaart kunnen voorzien van een eigen opmaak: een jongensdroom die eindelijk uitkwam. En QGIS leest ook GML bestanden, dus dat leek appeltje-eitje te worden!

Continue reading Een kleurenschema voor de TOP10NL

Invoerformulieren gebruiken in QGIS

QGIS heeft zogenaamde ‘invoerformulieren’ (forms) om het aanpassen van de attribuutwaarden van een object te vergemakkelijken. Dit artikel gaat over het gebruik van die formulieren. We gaan uit van een BAG-extract met alleen de pand-omtrekken en voegen zelf de attribuutkolommen toe.

We beginnen met een shapefile met een aantal panden erin. Er zijn geen verder attribuutgegevens aanwezig. Met behulp van de Python Plugin ‘Table Manager’ van Borys Jurgiel is het eenvoudig om kolommen toe te voegen aan een shape bestand. Gewoon de naam en het type van de kolom aangeven. Eventueel kan ook de kolomvolgorde worden aangepast:

Op deze manier hebben we een shape file gemaakt met een aantal kolommen om ons fictieve ‘zonnepanelen’-onderzoek te kunnen doen. We willen per huis weten of een bewoner geinteresseerd is in zonnepanelen, en zo ja meteen opnemen wat voor type dak het huis heeft, wat het type en de zichtrichting is van het dak en zo nog wat gegevens.

Continue reading Invoerformulieren gebruiken in QGIS

Legenda maken met LegendSVG

QGIS maakt geen bruikbare legenda voor kaarten met taartdiagrammen of cirkels met een variabele omvang. Daarom heb ik een programma geschreven waarmee een legenda kan worden gemaakt in Scalable Vector Graphics-formaat (SVG). In de QGIS composer kan het resultaat als afbeelding aan de kaart worden toegevoegd. Het kan eventueel eerst worden bewerkt met een SVG-editor, zoals Inkscape.

Download hier het programma:
LegendSVG (Windows)
LegendSVG (Linux)

QGIS als GeoZET-Viewer

De GeoZET-Viewer is bedoeld als online kaartapplicatie op Overheid.nl die alle bekendmakingen van overheden op de kaart zet. Hoewel de GeoZET-Viewer nog niet op Overheid.nl line is geïmplementeerd, zijn de onderliggende WFS-diensten dat wel. En QGIS kan goed omgaan met die WFS diensten. Hoe de BRT-Achtergrondkaart in QGIS wordt getoond is beschreven in het artikel WMS-C lagen van PDOK in QGIS.

Download hier het projectbestand (.qgs) voor QGIS:

http://www.qgis.nl/geozet.qgs

Open dit project in QGIS en je zult zoiets zien:

Geozet bekendmaking met info

Continue reading QGIS als GeoZET-Viewer

WMS-C lagen van PDOK in QGIS

UPDATE: in tegenstelling tot de eerste tekst van dit artikel, is het heel eenvoudig om de lagen in QGIS te gebruiken, zie tekst onder UPDATE midden in het artikel.

De BRT (Basisregistratie Topografie) is een van de zogenaamde basisregistraties die door het programma Publieke Dienstverlening op de Kaart (PDOK) via overheidsinstellingen aan het publiek beschikbaar worden gemaakt. Vanaf 23 januari 2012 zullen een aantal van deze kaartlagen voor het publiek vrijelijk te gebruiken zijn.

De BRT wordt onderhouden door het Kadaster . De BRT-Achtergrondkaart is ontworpen door Webmapper op basis van de TOP10NL en Top250vector in combinatie met gegevens van het CBS en OpenStreetMap en wordt onder andere gebruikt als ondergrond voor de GeoZET-Viewer (Geografische Zoek- en Toondienst).

Continue reading WMS-C lagen van PDOK in QGIS

Taartdiagrammen

 

Inleiding

Taartdiagrammen hebben als voordeel boven proportionele symbolen en ingekleurde gebieden dat de onderlinge verhoudingen tussen verschillende attributen in één kaart zichtbaar kunnen worden gemaakt. Ze zijn meestal minder geschikt voor shapefiles die uit veel gebieden bestaan. Een kaart van heel Nederland wordt dan al vrij snel onoverzichtelijk. Als wordt ingezoomd op een deel van het land geldt dit bezwaar minder.

Continue reading Taartdiagrammen

Data importeren

Inleiding

Dit artikel illustreert het gebruik binnen QGIS van statistische gegevens uit tekstbestanden. Het programma kan met veel verschillende bestandsformaten overweg. Ik beperk me hier tot het CSV-formaat, omdat dat het meest universele formaat is voor het importeren en exporteren van data. Eerst wordt uitgelegd hoe een CSV-bestand als laag kan worden toegevoegd. Daarna worden enkele voorbeelden gegeven hoe die gegevens grafisch kunnen worden weergegeven. Dit gebeurt aan de hand van een provinciekaart van Nederland en een tekstbestand met cijfers per provincie.

Continue reading Data importeren

Middelpunten verplaatsen

Inleiding

Om labels, symbolen of diagrammen op de gewenste plek binnen gebieden weer te kunnen geven, is er soms behoefte aan een kaartlaag met middelpunten van gebieden. Hier wordt gedemonstreerd hoe zo’n kaartlaag in QGIS kan worden gemaakt en bewerkt. De Nederlandse provincies worden daarbij als voorbeeld gebruikt.

Gemiddelde coördinaten

Open de shapefile waarvoor middelpunten moeten worden berekend en maak deze zichtbaar. QGIS bevat een functie waarmee van elk gebied het gemiddelde wordt berekend van de coördinaten waaruit het bestaat. Via de menubalk is deze functie te bereiken via Vector / Analysis tools / Mean coordinate(s). Zorg dat de juiste vectorlaag is geselecteerd (in dit geval de provinciekaart) en selecteer als uniek ID-veld het provincienummer. Het wegingsveld mag leeg blijven. Kies tenslotte een nieuwe naam voor het outputbestand en klik op OK.

Het dialoogvenster ‘Mean coordinates’

Bevestig dat de nieuwe laag aan de inhoudsopgave moet worden toegevoegd en sluit het dialoogvenster. Als de nieuwe laag is geactiveerd worden de gemiddelde coördinaten als punten getoond. Zorg dat ook de provinciegrenzen als onderlaag zichtbaar blijven.

De gegevenstabel direct na berekening gemiddelde coördinaten

Inspectie van de gegevenstabel van de nieuwe laag laat zien dat deze nu de gemiddelde x- en y-coördinaten van elke provincie bevat. Deze kunnen later nog van nut zijn. De kolom UID geeft het provincienummer weer dat hiervoor als identificatieveld is opgegeven. Dit nummer kan later worden gebruikt om data aan de punten te koppelen.

Punten verplaatsen

De ligging van de punten in de nieuwe laag kunnen nu waar nodig worden verschoven naar een gunstiger plek binnen het gebied. Dit kan voor de zekerheid het beste gebeuren op een kopie van de nieuwe laag. Klik hiervoor links met de rechtermuisknop op de laag en selecteer ‘Save as …’. Het bestandstype moet op ‘ESRI-shapefile’ staan. Voeg deze nieuwe laag aan het project toe en de bewerking kan beginnen. Daarvoor moet wel de werkbalk ‘Digitizing’ zichtbaar worden gemaakt. Dit gaat het snelst door met de rechtermuisknop op de menubalk te klikken. Eerst zijn de meeste knoppen op de werkbalk uitgeschakeld. Pas als op het potloodsymbool is geklikt kan de laag worden bewerkt. Verschuiven van punten kan na het indrukken van de knop met vier driehoekjes (‘Move features’). Slecht geplaatste punten kunnen nu naar de gewenste plek worden gesleept. Het is mogelijk om tussentijds het resultaat op te slaan. Als je klaar bent klik je opnieuw op het potloodsymbool.

Als de lagen met gemeentegrenzen, oorspronkelijke en verschoven middelpunten alle drie zijn aangevinkt, zijn begin- en eindsituatie met elkaar te vergelijken.

Weergave van de oorspronkelijke en verschoven middelpunten

Wat verder?

De laag met verbeterde middelpunten kan later op verschillende manieren worden gebruikt. Er kunnen data aan worden gekoppeld die vervolgens met symbolen, taart- of staafdiagrammen worden weergegeven. De middelpunten kunnen ook worden geëxporteerd. Als er dan bijv. vanuit Excel een tekstbestand moet worden aangemaakt met data per provincie, om te gebruiken in QGIS, dan is het erg handig om de x- en y-coördinaten daar standaard in op te nemen. Het voordeel daarvan blijkt uit het volgende artikel.

20-7-2011

Lees verder:
Data importeren

Gebieden samenvoegen

Inleiding

De voorbeelden in de vorige artikelen waren steeds gebaseerd op de gemeentekaart van Nederland. In dit artikel wordt gedemonstreerd hoe met QGIS van deze kaart een provinciekaart kan worden gemaakt. Die nieuwe kaart wordt in volgende artikelen gebruikt om andere technieken te demonstreren.

Voor dit artikel is gebruik gemaakt van een eigen uitbreiding van de shapefile met gemeenten. Aan de originele shapefile van het CBS zijn verschillende gebiedsindelingen toegevoegd. Hoe je dat zelf zou kunnen doen is weer een verhaal op zich.

Nieuwe shapefile met samengevoegde gebieden

Het maken van een nieuwe shapefile met samengevoegde gebieden is in QGIS zeer eenvoudig. Start een nieuw project en voeg de shapefile met gemeenten toe als eerste laag en zorg dat deze in zijn geheel zichtbaar is (zie het artikel Vectorlaag toevoegen). Hier wordt verondersteld dat je daar zelf een extra kolom aan hebt toegevoegd met een provincienummer (volg daarbij de nummering die het CBS in zijn statistieken gebruikt).

De optie om gebieden samen te voegen is in het menu te vinden via ‘Vector / Geoprocessing tools / Dissolve’. Omdat het project nog maar één laag bevat, is waarschijnlijk de juiste inputlaag al geselecteerd. De optie ‘Use only selected feature’ gebruik je alleen als je maar een deel van de gemeenten in de samenvoeging wilt betrekken. Om een landsdekkende provinciekaart te krijgen moet deze optie uitgeschakeld blijven. Bij ‘Dissolve field’ moet de kolom met de provinciecode worden geselecteerd. Geef tenslotte naam en pad van de nieuwe shapefile op en klik op ‘OK’.

Het dialoogvenster Dissolve

 Na afloop van de samenvoeging wordt gevraagd of de nieuwe laag aan de TOC (‘table of content’) moet worden toegevoegd. Beantwoord deze vraag bevestigend en sluit het dialoogvenster. De nieuwe laag is nu toegevoegd, maar wordt pas zichtbaar nadat je deze hebt aangevinkt.

Overbodige kolommen verwijderen

Als de oorspronkelijke shapefile extra gegevens per gemeente bevatten, worden die helaas door de dissolve-functie niet geaggregeerd naar provincies. Als de gegevenstabel van de nieuwe laag wordt geopend, zijn wel allerlei data te zien, maar dat zijn data van willekeurige gemeenten, geen opgetelde gegevens per provincie. Het is aan te raden om alle overtollige kolommen te verwijderen, omdat die alleen maar tot verwarring leiden. Zorg wel dat in ieder geval de kolom met provinciecodes behouden blijft. Die kun je nodig hebben om nieuwe data aan de provinciekaart te koppelen.

Het verwijderen van kolommen is standaard voor de meeste bestandsformaten nog niet mogelijk in QGIS. Er is wel een plugin ‘Tabel managers’ waarmee dit eenvoudig kan. Via het Plugin-menu en ‘Fetch plugins …’ kun je deze plugin zelf installeren. Mogelijk moet je deze nog wel even activeren via ‘Manage plugins …’ in hetzelfde menu.

Twee lagen zichtbaar maken

De gemeentekaart is nu helemaal afgedekt. Om een nieuwe kaartlaag te controleren is het vaak handig als je beide lagen kunt zien. Dat is te realiseren door de laageigenschappen te openen (dubbelklikken) en op het tabblad ‘Style’ het uiterlijk van de kaart aan te passen. In het beginscherm zijn hiervoor maar beperkte opties aanwezig. Je kunt deze laag wel transparant maken, maar dat levert niets op, omdat beide lagen dezelfde kleur gebruiken voor hun gebiedsgrenzen. Klik daarom meteen op de knop ‘Change …’ met een steeksleutel als icoon die links onder de ‘preview’ van het huidige uiterlijk staat. Verwar deze knop niet met een andere knop in hetzelfde venster die een veel beperktere functie heeft. Stel de vulstijl in op ‘No Brush’, om te zorgen dat de gebieden niet worden gevuld en kies een kleur en dikte voor de grenzen die goed contrasteert met die van de onderste laag.

Het dialoogvenster Symbol properties

Na alles te bevestigen wordt het resultaat zichtbaar. Ben je niet tevreden, dan kun je de stappen hierboven herhalen. Verder is het wellicht wenselijk om kleuren van de onderliggende gemeentelaag aan te passen. Selecteer dan eerst die laag en ga opnieuw naar het tabblad ‘Style’ van de ‘Layer properties’.

Kaart met provincie- en gemeentegrenzen

Extra opties

Labels weergeven
Bij het controleren van de nieuwe kaart kan ook gebruik worden gemaakt van labels voor beide kaartlagen. Dat wordt hier niet in detail uitgelegd. Wel wil ik erop wijzen dat hiervoor twee opties zijn die een verschillend resultaat geven. Meestal is de optie ‘Labeling’ in het File-menu de beste keuze. Elke gebied krijgt nu maar één label, ook als het uit meerdere losse onderdelen bestaat. Labels toevoegen kan ook via het dialoogvenster ‘Layer properties’. Dan krijgen echter alle onderdelen van een gebied een label. Verder is het aan te raden om de weergave van labels schaalafhankelijk te maken en voor verschillende lagen verschillende lettergroottes en letterkleuren te gebruiken.

Kaart inkleuren
De nieuwe provinciekaart kan ook worden ingekleurd, zoals uitgelegd in een eerder artikel (Gebieden inkleuren), maar nu met een afzonderlijke kleur voor elke provincie). Als ook de gemeentegrenzen zichtbaar moeten blijven, moet de provincielaag transparant worden gemaakt.

Opslaan

Wil je de instellingen van deze kaart voor later bewaren, bewaar het project dan onder een nieuwe naam.

De kaart kan ook als afbeelding worden opgeslagen via het File-menu (‘Afbeelding opslaan …’). Dat kan in verschillende bestandsformaten. De keuze hiertussen is een afweging tussen ruimtebeslag en kwaliteit. Opslaan in bitmap-formaat (BMP) levert geen kwaliteitsverlies, maar kost veel ruimte. Opslaan in JPG-formaat bespaart veel ruimte, maar de compressie levert kwaliteitsverlies op (kleuren niet zuiver, punten en lijnen niet scherp). Een goede tussenoplossing is het PNG-formaat: er vindt wel compressie plaats, maar zonder kwaliteitsverlies.

20-7-2011

Proportionele symbolen

Inleiding

In het artikel Gebieden inkleuren werd de waarde van een attribuut met QGIS gepresenteerd door gebieden in te kleuren. Voor relatieve gegevens, zoals percentages of verhoudingsgetallen, is dat een goede optie. Voor absolute gegevens, zoals inwonertal, zijn symbolen die in grootte variëren geschikter. Beide kaartvormen kunnen overigens ook goed met elkaar worden gecombineerd.

Instellingen voor proportionele symbolen

Instellingen voor proportionele symbolen

Instellingen

Open de ‘Layer properties’ van de laag die de gegevens bevat die je wilt weergeven. In dit voorbeeld is dat de gemeentekaart van Nederland. Op het tabblad ‘Overlay’ staan alle benodigde opties (mocht dit tabblad ontbreken, dan moet eerst de plugin ‘Diagram overlay’ nog worden geactiveerd via ‘Manage plugins’ in het Plugin-menu). Die worden pas beschikbaar nadat linksboven ‘Display diagrams’ is aangekruist. Er kan gekozen tussen ‘pie charts’, ‘bar charts’ en ‘proportional SVG symbols’. Hier gaat het om de derde optie. Selecteer een symbool. Geef bij ‘Classification attribute’ aan welk attribuut je weer wilt geven. In dit geval AANT_INW. Er is op dit moment maar een classificatietype beschikbaar: linair schalen. Nu moet worden ingesteld hoe groot het grootste symbool moet worden. Daarvoor moet eerst de maximale waarde van AANT_INW worden berekend. Tenslotte moet de maximale omvang van het symbool worden opgegeven (bijv. in milimeters). Klik nu op ‘Apply’ of ‘OK’. Om de kaart te zien.

Kaart met symbolen, lineair geschaald het inwonertal

Kaart met symbolen, lineair geschaald het inwonertal

Niet fraai aan dit kaartbeeld is dat de randen van de cirkels dikker worden naarmate de weergegeven waarde hoger is.

Nadeel van lineair schalen

Het nadeel van lineaire schaling is dat er een extreem verschil ontstaat tussen de grootste en de kleinste gemeenten. De indruk die een cirkel maakt op de kaartlezer wordt sterker bepaald door de oppervlakte dan door de diameter van een cirkel. Bij lineaire schaling levert een tweemaal zo grote waarde een tweemaal zo grote diameter op, maar een viermaal zo groot oppervlak. Beter zou zijn om de symbolen te schalen op basis van de vierkantswortel van de attribuutwaarde. Een tweemaal zo hoge waarde levert dan een tweemaal zo groot oppervlak op.

Helaas is deze mogelijkheid niet standaard aanwezig. Met de ‘field calculator’ is dit met een omweg wel te realiseren. Dit kan het beste gedaan worden met een kopie van de oorspronkelijke shapefile, omdat het bestand door deze werkwijze wordt veranderd. Maak een extra kolom aan, bijv. AANT_INW2 en geef deze met de formule sgrt(AANT_INW) een waarde. Deze nieuwe kolom kan dan op het tabblad Overlay (Layer properties) als bron worden gebruikt voor het schalen van de symbolen.

Kaart met symbolen geschaald o.b.v. de vierkantswortel uit het inwonertal

Kaart met symbolen geschaald o.b.v. de vierkantswortel uit het inwonertal

Vreemd geplaatste symbolen

Waar binnen een gemeente het symbool precies komt te staan, wordt automatisch bepaald door de software. Die plaatsing is niet altijd even gelukkig. Dat hangt samen met de vorm van de gemeente (symmetrie) en of deze uit losse stukken bestaat (zoals bijv. Amsterdam). Soms staan symbolen teveel aan de rand van een gemeente of zelfs buiten de gemeente. Dit speelt niet alleen bij proportionele SVG-symbolen, maar ook bij staafdiagrammen en taartdiagrammen.

In shapefiles met polygonen worden geen middelpunten (‘centroids’) opgeslagen. Dit is op te lossen door een extra laag met middelpunten toe te voegen en daar de diagrammen op te baseren. Bij het maken van een shapefile met middelpunten zijn nogal wat andere technieken nodig. Hoe een laag kan worden gemaakt met middelpunten en hoe die middelpunten kunnen worden verschoven wordt beschreven in een apart artikel (Middelpunten verplaatsen). Hoe puntgegevens kunnen worden gevisualiseerd komt later aan bod.

20-7-2011

Lees verder:
Gebieden samenvoegen

Opmerking

Ik vond later een betere optie terug voor het maken van kaarten met proportionele symbolen. Die optie zit sinds versie 1.7 van QGIS verstopt onder de knop ‘Old symbology’ op het tabblad ‘Style’ van de ‘Layer properties’.